Vrijdag 4 september: Atalante – Lovoc (3-1)
Het eerste fluitsignaal van het seizoen, de eerste thuiswedstrijd als promovendus, en tja, je ziet het vaker. Lovoc staat er, Lovoc is wakker, en bij Atalante wrijven ze nog de slaap uit de ogen. De hele eerste set lopen de mannen van Irma achter de feiten aan. Langzaam, heel langzaam, wordt het gat kleiner. 22-22. En dan denk je: nu gaat het gebeuren. Maar nee. Een paar slordigheden, een paar ballen die net niet doen wat ze moeten doen, en het is 22-25. Eerste set van het seizoen, meteen verloren. Het is wat het is.
In de tweede set hetzelfde liedje, weer een flinke achterstand. En dan zie je iets wat mooi is in sport: een ploeg die niet in paniek raakt. Een servicereeks, en ineens staan ze voor Lovoc. 26-24. Daar brak het open. Atalante was los, de voorsprong kwam er vroeg, en dan volleybalt het een stuk makkelijker, dat weet iedereen die ooit een bal heeft aangeraakt. 25-19, 25-20. Klaar. En Lovoc: die komen we straks in de competitie weer tegen, dus dit was meteen een eerste peiling: waar staan we eigenlijk? Nou, het antwoord was bemoedigend.
Vrijdag 11 september: Atalante – Cratos (3-1)
Cratos. Dat is geen gewone tegenstander, mensen. Dat zijn oude bekenden, jongens die ooit het shirt van Atalante droegen, jongens die je elk jaar weer tegenkomt in het zand van Nieuwer ter Aar. Daar zit iets onder, daar zit geschiedenis. En Cratos kwam niet zomaar: ook gepromoveerd, en in de eerste poulewedstrijd al de enige derdedivisionist verslagen. Als het bij die ploeg loopt, dan loopt het.
En het liep. In de eerste set viel alles goed voor Cratos, alles. Atalante kon er niet bij, het lukte gewoonweg even niet. 18-25.
En dan komt er een moment dat een coach iets moet zeggen. Irma zei het. Streng, maar rechtvaardig. En wat je daarna zag, dat was het Atalante zoals het zichzelf kent: harde klappen aan het net, verdediging waar je u tegen zegt. 25-18.
Set drie begon opnieuw met een achterstand, een flinke, maar deze ploeg heeft kennelijk iets met achterstanden. Er werd gevochten, er werd beter gespeeld, en de set werd omgedraaid: 25-22. Daarna was het gebeurd. Het verzet van Cratos was gebroken, en in de vierde set, werd er aan de overkant al meer over de bar gesproken dan over volleybal. 25-13. Poulewinst binnen, met nog één wedstrijd te gaan.
Zaterdag 19 september: VOC-Maarssen – Atalante (2-3)
De eerste uitwedstrijd. Veredeld oefenen, zo leek het vooraf: Atalante al zeker van de eerste plaats, Maarssen al uitgeschakeld. En zulke wedstrijden, die zijn verraderlijk. Want waar speel je voor?
De eerste set ging nipt verloren, vooral door eigen fouten (25-23), en in de tweede set leek de motivatie ergens in de kleedkamer te zijn blijven liggen. 25-16 voor Maarssen. Maar er gebeurde nog iets anders. Een aantal heren aan de overkant kreeg het, laat ik het netjes zeggen, nogal hoog in de bol. Assistent-coach Nienke, zelf ooit speelster bij Maarssen en inmiddels al jaren actief in het Dames 1 van Atalante, had er al voor gewaarschuwd. En kijk, dat is dan precies de brandstof die je nodig hebt.
In de setwissel werd er gepraat. Stevig. Nu gaan we ze eens laten zien dat we kunnen volleyballen. En wat volgde was een ommekeer. Servicedruk, met vlagen echt volleybal. Niet de mooiste wedstrijd van het jaar, laten we eerlijk zijn, maar er werd gevochten, en dat is wat je wilt zien. 17-25.
En dan set vier. Gelijk op, lang gelijk op. 21-22, en dan gebeurt er iets merkwaardigs. Een bal die uit is, maar er was ook iets met het net, of niet, en de scheidsrechter wist het niet, dus dan maar een dubbelfout. Tja. In de promotieklasse staan er gelukkig twee scheidsrechters, en er werd vriendelijk maar duidelijk voorgesteld om even te overleggen. De tweede scheidsrechter bevestigde: er was iets met het net, geen idee wat, maar die bal was wel degelijk uit. Punt Atalante. En toen stapte Lee achter de lijn en serveerde met een paar kanonskogels de set uit. 22-25. Prachtig.
De beslissende set begon met 1-6 achter. In een set tot vijftien. Dat wil je niet, mensen, dat wil je echt niet. Maar deze ploeg had in drie weken tijd al zo vaak laten zien dat een achterstand geen vonnis is, en ook nu werd het omgedraaid. 11-15. Comeback verzilverd.
En omdat het zaterdagavond was, besloot een deel van de selectie de overwinning te vieren met een paar iets zwaardere ballen: er werd gebowld. Winnaar van die “wedstrijd”: Coen Feddema. De middenman bleek ook op de baan een strakke bal door het midden te hebben.
En nu?
Drie wedstrijden, drie keer winst, en eerlijk is eerlijk: geen enkele keer vanzelf. Maar misschien is dat juist het mooiste nieuws. Deze ploeg kan terugkomen. Deze ploeg vecht als het moet. En in een nieuwe klasse, waar je nog niet weet wat je te wachten staat, is dat een eigenschap die goud waard is.
De beker gaat even in de kast, die komt later terug. Nu begint het echte werk. Zaterdag 26 september, 18.00 uur, uit bij Irene HS 3. De eerste competitiewedstrijd in de promotieklasse. Ik zou er maar bij zijn.